Treasury
Het treasurystatuut geeft het formele kader waarbinnen onze treasury-activiteiten moeten plaatsvinden. De geplande activiteiten leggen we ieder jaar vooraf vast in een treasuryjaarplan. De treasurycommissie kwam in 2020 vijf keer bij elkaar. De commissie voerde de doelstellingen uit het jaarplan uit.
Begin 2018 sloten we een raamovereenkomst af met de Europese Investeringsbank (EIB). Het gaat om een raamovereenkomst voor het aantrekken van maximaal € 100 miljoen krediet binnen een periode van drie jaar. Wetterskip Fryslân sloot deze raamovereenkomst af, omdat de EIB vaak tegen heel concurrerende tarieven leningen kan verstrekken. De EIB mag maximaal 50 procent krediet verstrekken van de bruto investeringen. De rest van de financieringsbehoefte moeten we financieren uit subsidies en leningen van andere banken (over het algemeen de Nederlandse Waterschapsbank).
Staat van herkomst en besteding van middelen
De mutatie van de netto vlottende financiering in 2020 met € 2,2 miljoen leggen we uit in de staat van herkomst en besteding van middelen:
Bedragen x € 1 miljoen)
Omschrijving | Herkomst | Besteding | Mutatie |
---|---|---|---|
Resultaat 2020 | 2,6 | ||
Vaste activa | |||
- Afschrijvingen | 39,0 | ||
- Desinvesteringen | |||
- Investeringen | 53,4 | ||
Eigen vermogen lang | |||
Dotatie aan bestemmingsreserve | 0,4 | ||
Vreemd vermogen lang | |||
- Afname voorzieningen | 0,2 | ||
- Toename langlopende leningen | 7,8 | ||
Financieringsmutatie | 49,8 | 53,6 | -3,8 |
Vlottende financieringsmiddelen | |||
- Afname crediteuren | 5,3 | ||
- Afname overlopende passiva | 5,9 | ||
- Toename negatieve liquide middelen | 10,3 | ||
- Toename kasgeldlening | 10,0 | ||
- Toename debiteurensaldo | 1,6 | ||
- Toename overlopende activa | 3,6 | ||
- Toename positieve liquide middelen | 0,1 | ||
Mutatie netto Vlottende financieringsmiddelen | 20,3 | 16,5 | -3,8 |
Overzicht kasstromen
Het saldo van liquide middelen nam met € 20,2 miljoen af. In het kasstroomoverzicht lichten we dit toe:
Bedragen x € 1 miljoen
Kasstroomoverzicht | 2020 |
---|---|
Resultaat | 2,6 |
Afschrijving vaste activa | 39,0 |
Mutatie reserves en voorzieningen | 0,2 |
Bruto kasstroom uit operaties | 41,8 |
Exploitatie | |
Toename van de vorderingen | -5,2 |
Afname kortlopende schulden | -11,2 |
Kasstroom uit operationele activiteiten | -16,4 |
Investeringen | |
Investeringen in vaste activa | -66,8 |
Vooruit ontvangen subsidie | 13,4 |
Desinvesteringen | 0 |
Kasstroom uit investeringsactiviteiten | -53,4 |
Kapitaalstortingen | |
Opgenomen leningen | 15,0 |
Aflossingen leningen 2021 naar kortlopende schulden | -7,2 |
Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 7,8 |
Afname liquiditeiten | -20,2 |
Opbouw en verloop langlopendeschuld
Hieronder staan enkele kerngegevens over de opbouw en het verloop van de langlopende schuld in 2020:
Bedragen x € 1 miljoen
Vreemd vermogen 2016 2017 2018 2019 2020
Langlopende schuld op 1 januari | 381,6 | 405,2 | 429,9 | 449,3 | 472,4 |
---|---|---|---|---|---|
- Af: aflossingen | -6,4 | -19,9 | -5,1 | -20,9 | -6,9 |
- Bij: nieuwe geldleningen | 30,0 | 44,6 | 24,5 | 44,0 | 15,0 |
Langlopende schuld op 31 december | 405,2 | 429,9 | 449,3 | 472,4 | 480,5 |
Rentelast langlopende leningen | 12,1 | 12,1 | 12,3 | 12,5 | 12,1 |
In 2020 losten we voor een totaalbedrag van € 6,9 miljoen af. Tegelijkertijd is € 15,0 miljoen aan nieuwe leningen afgesloten. Per saldo nam de langlopende schuld toe met € 8,1 miljoen. Door de dalende rente op de kapitaalmarkt en een proactieve uitvoering van het treasurybeleid is de rentelast in de afgelopen jaren vrijwel op hetzelfde niveau gebleven. Dit ondanks een stijgende langlopende schuld.
Opbouw en verloop kortlopende schuld
We financieren onze activiteiten binnen de kasgeldlimiet met korte middelen. De kasgeldlimiet geeft het maximumbedrag aan waarvoor we kortlopende financieringsmiddelen kunnen aantrekken. Kortlopend betekent een looptijd korter dan een jaar.
De kasgeldlimiet bedraagt 23 procent van het begrotingstotaal (€ 169,6 miljoen). Artikel 4 van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) bepaalt dat overheden de kasgeldlimiet maximaal twee achtereenvolgende kwartalen mogen overschrijden.
Bedragen x € 1 miljoen
Kortlopende vordering/schuld ten opzichte van | Vordering/schuld | Kasgeldlimiet |
---|---|---|
1e kwartaal | 10,1 | 39,0 |
2e kwartaal | 15,2 | 39,0 |
3e kwartaal | 15,6 | 39,0 |
4e kwartaal | 14,3 | 39,0 |
Rente
De rentekosten zijn als volgt:
Bedragen x € 1 miljoen
Rentekosten 2020 | Begroting | Gewijzigde begroting | Jaarrekening 2020 | Verschil |
---|---|---|---|---|
Rentelasten langlopende verplichtingen | 12,3 | 12,0 | 12,1 | 0,1 |
Rentelasten rekening-courant/kasgeld | 0,0 | 0,0 | 0,0 | - |
Rentebaten | - | -0,0 | -0,1 | -0,1 |
Totaal rentekosten | 12,3 | 12,0 | 12,0 | 0,0 |
Rente langlopende financiering
In de begroting hielden we rekening met af te sluiten geldleningen van ruim € 27,5 miljoen tegen een percentage van 0,5 procent. In 2020 is één lening aangetrokken en gestort. De belangrijkste kenmerken van de gestorte leningen zijn:
Gestorte leningen in 2020 | Rente (%) | Hoofdsom | Looptijd (jaren) | Storting (datum) |
---|---|---|---|---|
Europese Investeringsbank | 0,372 | 10,0 | 30 | 3 augustus |
Bank Nederlandse Gemeenten | 1,64 | 5,0 | 14 | 5 november |
Totaal | 15,0 |
De gemiddelde rente van de langlopende leningenportefeuille is 2,5 procent per ultimo 2020 (2019: 2,70 procent). De duration (gemiddeld gewogen rentetypische looptijd) is circa 15,1 jaar (2019: 15,0 jaar).
Voor de toekomstige financiering sloten we in 2020 twee leningen met uitgestelde storting af. In de komende jaren vindt de storting plaats van leningen die in het verleden zijn afgesloten om te profiteren van het lage renteniveau. De belangrijkste kenmerken van deze leningen staan hieronder:
Afgesloten leningen met uitgestelde storting | Rente (%) | Hoofdsom | Looptijd (jaren) | Storting (datum) |
---|---|---|---|---|
Nederlandse Waterschapsbank | 1,724 | 8,3 | 20 | 5-2-2021 |
Nederlandse Waterschapsbank | 0,41 | 10,0 | 30 | 3-10-2022 |
Nederlandse Waterschapsbank | 0,44 | 10,0 | 30 | 3-6-2024 |
Totaal | 28,3 |
Rente rekeningcourant/kasgeld rente
Het rentepercentage voor kasgeldleningen lag in 2020 rond -0,38 procent. Op de afgesloten kasgeldleningen is een opbrengst gerealiseerd. Per saldo komen de rentebaten van kort geld afgerond uit op € 0,1 miljoen.
Renteomslag
Bedragen x € 1 miljoen
Renteomslagberekening | Totaalbedrag | Gemiddeld |
---|---|---|
Materiële vaste activa Materiële vaste activa per 1 januari | 430,5 | 430,5 |
Geactiveerde werken per 1 januari | 35,2 | 35,2 |
Overige investeringen/desinvesteringen | - | - |
Afschrijvingen | -39,0 | -19,5 |
Subtotaal | 426,7 | 446,2 |
Onderhanden werk | ||
Uitgaven op onderhanden werk per 1 januari | 62,7 | 62,7 |
Geactiveerde werken per 1 januari | -35,2 | -35,2 |
Subtotaal | 27,5 | 27,5 |
Financiële vaste activa | ||
Financiële vaste activa per 1 januari | 0,5 | 0,5 |
Subtotaal | 0,5 | 0,5 |
Gemiddeld geïnvesteerd bedrag | 474,2 | |
Rente | 12,1 | |
Rentebaten | -0,1 | |
Totaal betaalde rente | 12,0 |
Het renteomslagpercentage = (12,0/1 procent van € 474,2 miljoen) = 2,53 procent.
Renterisico
In de Wet financiering decentrale overheden is een renterisiconorm voor decentrale overheden vastgelegd. Dit houdt in dat in enig jaar het totaal aan aflossingen en renteconversies een gesteld maximum niet mag overschrijden. Voor waterschappen is deze norm 30 procent van het begrotingstotaal (€ 169,5 miljoen). In geen enkel jaar overschrijden we deze risiconorm.