Risico’s behorende bij de jaarrekening 2020:
Afwikkeling project Vijfhuizen/De Heining
Het project Vijfhuizen is opgeleverd. De (financiële) afwikkeling met verantwoording aan alle overheden en de vele subsidieverstrekkers is afgerond. Een juridische claim van de hoofdaannemer is behandeld bij de rechtbank en eind 2020 afgewezen. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Dit loopt nog. De proceskosten en een eventueel te betalen claim delen we met provincie Fryslân.
Persleidingen
We beheren 814 kilometer persleidingen en 278 rioolgemalen in het afvalwater-transportstelsel. De afschrijvingslasten vormen samen met de instandhoudingskosten voor het transportstelsel het grootste deel van het jaarlijks budget. In de begroting zijn geen vervangingsinvesteringen en sloopkosten opgenomen. Extra kosten die ontstaan door breuken en andere calamiteiten vangen we op binnen het weerstandsvermogen. De oudste persleidingen zijn nu circa 55 jaar oud.
Het onderzoek naar de persleidingen is afgerond. De 15 meest risicovolle delen van het persleidingstelsel zijn in beeld gebracht. Het bestuur heeft besloten om het investeringsprogramma na de MP-periode op te starten. In de MP-periode bestaat daarom een risico op breuken en calamiteiten waarvoor geen financiële middelen zijn gereserveerd. Gemiddeld kost een reparatie van een persleidingbreuk € 10.000.
Op rwzi Harlingen is een calamiteit opgetreden waarvoor de herstelkosten ongeveer € 0,3 miljoen bedragen. Het is onzeker of we deze schade kunnen verhalen. De schade is tot op heden ten laste van het investeringskrediet verantwoord. De keuze over de definitieve schadeverantwoording volgt nog.
POP3-bijdrage
De POP3- subsidieregeling heeft een formele looptijd heeft van 2014 tot en met 2020. We hebben veel KRW- en klimaatprojecten in het kader van deze regeling lopen. Een deel van de projecten is gepland op particuliere gronden in met name de deelsystemen. Voor de realisatie is draagvlak en medewerking nodig en onze onderhandelingsinstrumenten zijn beperkt. Het zou dus kunnen dat we het beschikbare POP3-geld niet volledig benutten. Als we reeds beschikte prestaties niet realiseren en niet volledig voldoen aan alle subsidievoorwaarden, kan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een boete van 5 procent van het totaal beschikte bedrag opleggen.
Het financiële risico schatten we laag in. Als RVO voor alle beschikte aanvragen een boete oplegt, dan bedraagt het financiële risico (maximaal) € 1,0 miljoen.
Risico’s die van invloed zijn op toekomstige jaren:
Nadeelcompensatie omleggen persleidingen
Op 26 augustus 2020 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan over de kosten van het verleggen van persleidingen bij de Centrale As en de provinciale weg N381. Wetterskip Fryslân is in het ongelijk gesteld omdat de gestelde schade onder het normaal maatschappelijk risico valt. Daarbij speelt ook dat de persleiding inmiddels 33 jaar oud waren. De beroepszaak maakt duidelijk dat de verordening van de initiatiefnemer van de omlegging, veelal de provincie of een gemeente, de hoogte bepaalt van nadeelcompensatie voor persleidingtracés waarop geen recht van opstal is gevestigd. Voor Wetterskip Fryslân betekent de uitspraak een risico. Ook toekomstige omleggingen van oudere persleidingen (zonder recht van opstal) kunnen volledig voor onze rekening komen. In de vastgestelde begroting heeft dit geen gevolgen omdat omlegging of vervanging van persleidingen niet in de investeringsbegroting zijn opgenomen.
Voor persleidingen die we nu aanleggen of recent hebben aangelegd, vestigen we een recht van opstal. Zo zorgen we ervoor dat het werkelijk door het waterschap te lijden nadeel als gevolg van de verlegging van de persleidingen komt te liggen bij de initiatiefnemer die een wens heeft om tot verlegging van een persleiding over te gaan. Daarmee voorkomen we een herhaling van deze kwestie
Ontwikkeling plaagsoorten
In februari 2018 is de regeling exotenbestrijding verschenen. De verwachting was dat de provincie snel met beleidskaders zou komen voor exotenbestrijding (invasieve exoten, zowel flora als fauna). Naast het beleidskader is ook een uitvoeringskader nodig, inclusief financieringsafspraken met andere beheerders. Maar ons reguliere overleg met provincie Fryslân heeft nog niet een concrete werkwijze opgeleverd. Om schade aan watersysteem en natuur te beperken, vraagt het voorkómen en bestrijden van plaagsoorten steeds meer aandacht. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij Europees, landelijk en regionaal beleid. Ook werken we samen met andere betrokken partijen. De ontwikkeling van plaagsoorten verloopt vaak onvoorspelbaar en is bijvoorbeeld sterk afhankelijk van het weer. Mede als gevolg van de klimaatontwikkeling, zien we de kosten de laatste jaren toenemen. We proberen deze kosten te dekken uit de reguliere budgetten. Toch sluiten we niet uit dat de bestrijding in de toekomst tot een overschrijding leidt.
Na een strenge winter volstaat het reguliere budget. Na een zachte winter en een groeizaam voorjaar en zomer kan een overschrijding oplopen tot € 1 miljoen.
Wettelijke beoordeling Primaire Keringen
In het voorjaar van 2020 is de landelijke masterplanning vastgesteld voor de beoordeling. Waterschappen geven hierin aan wanneer zij hun primaire keringen beoordelen. Daarbij is de deadline voor de afronding van de beoordeling nu vastgelegd op 1 juli 2022, Zo heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de mogelijkheid om de voorgelegde beoordelingen tijdig te toetsen. We hebben daarmee nog 1,5 jaar de tijd om de beoordelingen af te ronden. Voor de IJsselmeerdijken spannen wij ons maximaal in om tot een voorlopig oordeel (sterk verkorte toets) te komen. We trekken hierin landelijk op met de andere waterschappen. Met het vaststellen van het Masterplan voor de eerste beoordeling en de inspanning vanuit de Unie voor het voorlopig oordeel, gaan we ervan uit voldoende in handen te hebben om een voorlopig oordeel voor de IJsselmeerdijken te kunnen realiseren. Er blijft echter een kleine kans dat een voorlopig oordeel niet mogelijk blijkt te zijn. Dan halen we met de beschikbare capaciteit en middelen de landelijke planning niet. Als we dit wel willen realiseren is er voor de jaren 2021 en 2022 circa € 1 miljoen per jaar nodig om werkzaamheden (gedeeltelijk) uit te kunnen besteden. Daarnaast is er ook nog capaciteitsschaarste in de markt te verwachten omdat alle waterkeringbeheerders in diezelfde periode een beroep op de markt gaan doen.
KRW-opgaven
De KRW-beslisnota 2015 bevat een maatregelenpakket voor de periode 2016-2021. Voor alle maatregelen geldt een resultaatsverplichting. Halen we het resultaat niet en een goede motivering ontbreekt, dan kan de Europese Unie een boete opleggen. Voor de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen hebben we in veel gevallen grond nodig. Vaak gaat dit om stroken grond voor de ecologische inrichting van watergangen. In de praktijk blijkt dat grondeigenaren moeilijk te bewegen zijn om grond beschikbaar te stellen voor KRW-doelen. Dit leidt tot lange processen. Het risico bestaat dat we het maatregelenpakket voor de periode 2016-2021 niet volledig in deze planperiode kunnen realiseren. We zullen deze maatregelen dan in de planperiode 2022-2027 moet realiseren. De eventuele EU sancties na afloop van deze ter
Afvalstoffenheffing Slib
De afvalstoffenheffing op zuiveringsslib gaat niet door. Dit is de uitkomst van overleg tussen de waterschappen en het Rijk. Huidige marktpartijen hoeven voor de verwerking van zuiveringsslib deze belastingheffing niet af te dragen. Normaal gaat het om een heffing van € 33,15 per ton (2021). In ons geval zou een dergelijke belasting leiden tot een verhoging van de slibkosten met € 2,3 miljoen per jaar. Het risico blijft aanwezig dat een nieuw kabinet een herziening van deze vrijstelling op de agenda zet.
Programma aanpak Stikstof (PAS)
Op 29 mei 2019 besloot door de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet langer als basis mag dienen voor activiteiten die stikstof uitstoten en in strijd is met Europese natuurwetgeving. Daarmee ontstaat onduidelijkheid over de vergunningverlening voor allerlei bouwprojecten, waaronder ook waterschapsprojecten. Om aan de ontstane problemen tegemoet te komen, heeft het kabinet in 2020 een wetsvoorstel Stikstofreductie en Natuurverbetering ingediend. De wet zal naar verwachting in 2021 in werking treden. De wet is een kaderwet en is door de Raad van State getoetst aan Europese wetgeving ( de Habitatrichtlijn). Op basis van de wet zal de regering een algemene maatregel van bestuur (AMvB) vaststellen met het normenkader voor stikstofdepositie. De nieuwe wet biedt een goede grondslag voor de waterschappen om hun werken binnen het normenkader zonder vergunning te kunnen uitvoeren. Het is niet geheel uit te sluiten dat er in de nabije toekomst in individuele gevallen toch rechtszaken zullen volgen over de uitvoering van de wet. Dergelijke rechtszaken kunnen ook gevolgen hebben voor de waterschappen.
PFAS
De nieuwe normen voor poly- en perfluoroalkylstof (PFAS) in grond en bagger kunnen leiden tot hogere kosten bij projecten en onderhoud waarbij grondverzet of afzet van bagger aan de orde is. Ook bij baggeren nabij riooloverstorten waarbij we de bagger moeten afvoeren. Bij projecten waarbij grondverzet aan de orde is (zoals bijvoorbeeld herstel van keringen), hebben we te maken met hogere onderzoekskosten en hogere kosten voor aanvoer van geschikte grond en de afvoer van grond. De kostenontwikkeling is sterk afhankelijk van de besluitvorming over PFAS.
Proefinstallatie bioplastics
Acht partijen, waaronder ook Wetterskip Fryslân, werken samen om te komen tot een proefinstallatie voor toepassing van de Phario-technologie. Deze gezamenlijke installatie wint bioplastics uit zuiveringsslib. Verzekering van de installatie blijkt niet mogelijk te zijn. Partijen hebben zich verbonden om in gezamenlijk overleg nieuwbouw te plegen als de installatie verloren gaat. Daarmee dragen we een risico van € 0,26 miljoen.